Projecthistorie 2008-2011

De MIRT-verkenning is eind 2008 gestart om meer zicht te krijgen op de toekomstige bereikbaarheidsvraagstukken in de regio Haaglanden. Aanleiding van de verkenning is dat weggebruikers in de regio Haaglanden met steeds langere reistijden te maken krijgen. Vanaf 2020 zijn er zowel in het openbaar vervoer als op de weg capaciteitsknelpunten.

In de MIRT Verkenning brengen het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de provincie Zuid-Holland en Stadsgewest Haaglanden de ambities, knelpunten, kansen en oplossingen in kaart voor de periode 2020-2040. Zij houden daarbij rekening met ruimtelijke ontwikkelingen. Van 2008 tot eind 2011 zijn in de MIRT-verkenning verschillende bereikbaarheidsopgaven onderzocht en onderverdeeld in prioriteit. Het resultaat is een voorkeursbeslissing (‘A4 Passage en Poorten & Inprikkers) die wordt vastgelegd in een rijksstructuurvisie. 

Voorwerk: referentiesituatie in beeld
Om oplossingen voor een toekomstige situatie in kaart te brengen, is in 2008 en 2009 eerst de verwachte situatie in 2020 in kaart gebracht. Welke nieuwe wegen en openbaarvervoerverbindingen worden er allemaal al aangelegd? Waar komen extra woningen, werkplekken of groengebieden? Deze ‘referentiesituatie’ vormde de basis voor het uitwerken van bereikbaarheidsopgaven en doorrekenen van de oplossingen.

Onderzoek en prioritering
Na de referentiesituatie volgde de analysefase. Die werd afgerond in het najaar van 2009. In deze fase zijn in het project de bereikbaarheidsproblemen in de regio Haaglanden geanalyseerd, mogelijke oplossingsrichtingen geformuleerd en onderverdeeld in prioriteit. De vijf belangrijkste opgaven (zie ook de kaart) zijn:

  • versterking van OV in de Centrale Zone (het gebied van Scheveningen, via de internationale Zone, Centrum, Binckhorst tot aan de Vlietzone)
  • doorstroming op de A4-passage
  • de doorstroming op de Poorten (op- en afritten) & Inprikkers (toegangswegen)
  • de OV-ontsluiting van Technologisch Innovatief Cluster (TIC) Delft en
  • de OV-kwaliteit op de Goudse lijnen

Op basis van nader onderzoek in 2010 en 2011 naar de prioriteit hebben de bestuurders besloten om een aantal vraagstukken niet verder mee te nemen in de MIRT-verkenning:

  • Door de beperkte financiële middelen zagen de Rijksoverheid en de regio geen mogelijkheden om op korte termijn structurele oplossingen voor dit vraagstuk te realiseren.
  • De maatregelen om versterking van het OV in de Centrale Zone aan te pakken zijn aangeboden en afgewogen in het programma Beter Benutten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.
  • Kwaliteit op de Goudse lijn is in de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) in 2010 niet naar voren gekomen als opgave. Daarom is besloten om dit vraagstuk op te nemen in het programma Zuidvleugelnet van de Zuidvleugelpartners, onder regie van de provincie Zuid-Holland.

A4 passage en Poorten & Inprikkers
Uiteindelijk kozen de bestuurders om het bereikbaarheidsvraagstuk op de A4 passage in combinatie met de poorten en inprikkers als meest urgente opgave verder uit te werken. De maatregelen die het beste bijdragen aan oplossing van de problematiek op de A4 en aan de bereikbaarheid van de economische kerngebieden zijn gecombineerd tot twee hoofdalternatieven: alternatief 1 en alternatief 2. Op 7 december spraken de verantwoordelijke bestuurders een bestuurlijke voorkeur uit, gebaseerd op alternatief 2. Op 15 mei 2012 kwamen de bestuurders tot een akkoord in de vorm van een voorkeursbeslissing die is opgenomen in de ontwerp-rijksstructuurvisie.

Rijksstructuurvisie
De MIRT Verkenning eindigt naar verwachting in 2012. Dan heeft de minister een rijksstructuurvisie vastgesteld waarin een voorkeursbeslissing is vastgelegd. Voor het vaststellen van een rijksstructuurvisie wordt een zienswijzeprocedure doorlopen. Dat betekent dat de ontwerp-rijksstructuurvisie en het plan-MER in 2012 zes weken lang ter inzage ligt.

5 prioritaire vraagstukken
5 prioritaire vraagstukken
Referentiesituatie 2020 ruimtelijke plannen
Referentiesituatie 2020 ruimtelijke plannen